Home   

Nieuwsberichten De praktijk Inhoudelijke informatie over Opleiden in school Regionale netwerken deelnemende besturen en scholen Meest gestelde vragen over Opleiden in school Informatie over de projectgroep en regio-ondersteuners

Praktijk







Samen werken aan een nieuwe opleiding


Ervaringen van De Telgenkamp, (Dr. Schaepmanstichting, Hengelo). Gesprek met Lidy Kemper (interne opleider basisschool), tweedejaars-studenten: Laura Wielens, Anouk Kolthof, Ellen Bossink, Monique Stege, Laura Klein Breteler, eerstejaars student:Juliette Kofflard, Jan Kamp (bovenschools manager Dr. Schaepmanstichting)

Lidy Kemper vertelt enthousiast over de wijze waarop het project Opleiden in school is ingericht en welke ervaringen inmiddels zijn opgedaan. Doordat het traject al een aantal jaar loopt (dit jaar studeren de eerste studenten van OIS af) is er al veel uitgewerkt en uitgezocht.
Lidy was stagebegeleider op basisschool De Telgenkamp. Ervaringen die op veel plaatsen leven, waren ook hier van toepassing. De afstemming tussen theorie en praktijk, ofwel tussen Pabo en basisschool was absoluut niet optimaal. De eerste voorlopers van opleiden in school werden geboren in de vorm van verdere professionalisering van de stagebegeleiding. Later groeide dat uit tot een projectorganisatie Opleiden in school waarbij het daadwerkelijk samenwerken, Pabo en scholenveld, aan het curriculum en de begeleiding centraal kwam te staan. Niet alleen de Dr. Schaepmanstichting maar ook andere besturen sloten zich bij deze ontwikkeling aan.
Zo werd de taak ‘interne opleider in school (IOB-er)’ geboren en door Lidy ingevuld. De IOB-er werkt intensief samen met de PSL-er (praktijkstudieleider van de Pabo) om theorie en praktijk zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
Op dit moment werkt men met eerstejaars en tweedejaars studenten in opleidingsscholen en derdejaars op ‘reguliere’ scholen.

Samenwerking en overleg: daar draait het om
Een aantal kernpunten in de samenwerking:
de IOB-er (school) en PSL-er (Pabo) zijn collega’s. Vanuit dat perspectief wordt gewerkt. Dat geeft naar collega’s in beide instituten soms rolverwarring. Het gaat niet om ‘zij’ en ‘wij’, maar om ‘ons’. De IOB-er heeft een schakelfunctie en dat vraagt regelmatig om aanscherping van rollen en verwachtingen; de praktijk is weerbarstig.
het is van groot belang om draagvlak te behouden als het eerste enthousiasme is geluwd.
een aantal activiteiten wordt door de IOB-er en PSB-er samen uitgevoerd, waardoor zij beide op de hoogte zijn van de ontwikkeling van de studenten en van de afstemming theorie-praktijk. Dat leidt regelmatig tot aanpassingen.
activiteiten op de school, zoals de onderwijswerkplaats worden inhoudelijk afgestemd met de vakdocenten van de Pabo.
er is een heldere projectorganisatie: stuurgroep (directeuren van de opleidingsscholen en management Pabo),  werkgroep opleidingsteam (IOB-ers en PSL-ers)

Werkterrein van de IOB-er
In het situatie van de Dr.Schaepmanstichting heeft Lidy te maken met 40 mentoren op de scholen. Zij moeten ingepraat worden op het programma dat de studenten gaan volgen. Omdat het programma in ontwikkeling is, is communicatie daarover noodzakelijk. Er zijn verschillende overlegmomenten die dat mogelijk maken. Er is geen ruimte voor individuele coaching van de mentoren, hoewel daar in een aantal gevallen wel behoeftes liggen. 
De informatie aan de studenten moet gestroomlijnd worden: er liggen mappen klaar met schema’s, formats et cetera. Het aanbrengen van structuur ervaren studenten als een meerwaarde; er wordt al een behoorlijk beroep gedaan op hun zelfstandigheid, enige ondersteuning is prettig.
En natuurlijk de hiervoor genoemde afstemming en overleg met de PSL-er.

Opleiden in school: starten met eerstejaars
Men heeft gekozen voor een nieuw traject OIS, vanaf de start. Vanaf de start van de opleiding leren studenten op een nieuwe manier te werken en te leren (samenwerken, reflecteren). 
 


Studenten moeten wel aan bepaalde criteria voldoen om in dit traject te mogen stappen (VWO of HAVO (7,1), zelfsturend vermogen). Na een snuffelstage wordt in overleg met de OIB-er, PSL-er en student besloten of zij/hij in het traject kan stappen. Het motivatie-essay vormt daarbij de basis (eerste vorm van zelfreflectie) en er wordt een toetsinstrument door de betrokken mentoren gehanteerd.
Na driekwart jaar is een belangrijk moment aangebroken: het groot bezoek staat op de agenda. De IOB-er en PSL-er bezoeken een les (1 van de 3 voorbereide lessen) en hanteren een kwaliteitsinstrument om tot een beoordeling te komen. In het instrument wordt gebruik gemaakt van de competenties zoals beschreven door het SBL (Samenwerkingsorgaan Beroepskwaliteit Leraren). De notities van de mentoren worden daarbij gevoegd en op basis daarvan beoordeeld of een student de propedeuse heeft gehaald of dat er sprake is van een herkansing. De propedeuse geeft ook de opmaat voor leerpunten voor het vervolgtraject. In het ideale geval is het traject zo adaptief dat er geen sprake is van eerste- en tweedejaars studenten maar dat er een doorlopende ontwikkeling gaande is.

Ervaringen van studenten
De afstemming 2 dagen stage en 2 dagen opleiding met daartussen een dag voor zelfstudie en lesvoorbereiding bevalt prima. Juist de praktijkervaring waar een goede begeleiding wordt ervaren, is heel waardevol. Duidelijk is wel dat de praktijk ‘het hardste trekt’ en dat de wisseldag daar grotendeels voor wordt benut. Een student moet toch vooral zelfstandig kunnen werken, doorzettingsvermogen hebben, flexibel zijn, zelfdiscipline hebben en vooral gemotiveerd zijn. Het wordt als een voordeel ervaren dat er in een groep kan worden samengewerkt. Studenten krijgen niet dezelfde theorie als het reguliere traject, maar moeten wel aan de startbekwaamheden voldoen. Dat vraagt van de Pabo een andere organisatie m.b.t. de keuzes van de inhouden voor deze studenten.
Voor de studenten betekent het dat ze het programma van de Pabo in een kortere tijd moeten verwerven en dat er veel werk thuis gebeurt. Wanneer daar veel reistijd bovenop komt wordt het programma als erg druk ervaren. Toch vormen de studenten geen elite-clubje onder collega-studenten. Ze hebben gewoon voor een ander traject gekozen.
In de stage wordt ook invulling gegeven aan de Onderwijswerkplaats. De IOB-er ondersteunt ook de theorie, in afstemming met de vakdocenten van de Pabo. Zo wordt bijvoorbeeld een thema als voorlezen en vertellen direct gekoppeld aan de praktijkopdrachten. De IOB-er zorgt voor structuur en overzicht in afstemming met de Pabo. Studenten worden door de praktijkervaringen geprikkeld om de theorie op te pakken en door de theorie uitgedaagd om de praktijk te verkennen. Dit wordt ook door de mentoren als zodanig ervaren.
Er zijn ook opdrachten die direct gekoppeld worden aan de schoolontwikkeling. Zo werkt een aantal studenten aan een leskist wereldoriëntatie (onderzoek en advies) en zijn daarmee een werkgroep binnen de school, belast met een stukje schoolontwikkeling.
Het samenwerken, elkaar adviseren wordt "met de paplepel ingegoten". 
Ook het werken in een team wordt als positief ervaren. Er zijn op de Telgenkamp veel jonge leerkrachten die zich goed kunnen verplaatsen in de studenten. Er is ook letterlijk voldoende ruimte om te integreren.

Relatie naar IPB
Jan Kamp geeft aan dat dit traject perfect past bij de uitgangspunten van talentmanagement die de Dr. Schaepmanstichting hanteert. Talenten optimaal ontwikkelen binnen de school geldt zowel voor zittend als startend en toekomstig personeel.
In de vorm van loopbaangesprekken en om de 4 jaar een beoordelingsgesprek wordt het traject gemonitord. Op deze manier probeert men de lerende organisatie vorm te geven. Bij opleiden in school ligt een prima start.
  
  schoolkinderen.jpg (8438 bytes)