Home    

Nieuwsberichten De praktijk Inhoudelijke informatie over Opleiden in school Regionale netwerken deelnemende besturen en scholen Meest gestelde vragen over Opleiden in school Informatie over de projectgroep en regio-ondersteuners

Praktijk







Nicolaasschool (RVKO): de kloof tussen theorie en praktijk


De Nicolaasschool is voor opleiden in school gestart met het afbakenen van opleidingsroutes aan de hand van een duidelijk competentieprofiel. Algemeen geformuleerde competenties (het zogenaamde VSLPC/Berenschot-model) krijgen binnen de Nicolaasschool een specifieke invulling naar lerarencompetenties voor binnenstadsscholen. 
Deze specifieke competenties kunnen vervolgens richtinggevend zijn voor het leren van pre-LIO en LIO-studenten en beginnende en ervaren leraren. 

Intake, POP, leer-werktaken, portfolio en beoordeling
Dit leren start met een goede intakeprocedure bij studenten waarbij je hun al verworven competenties in beeld kunt brengen. 
Op basis van dit vastgestelde persoonsgebonden competentieprofiel moeten studenten een persoonlijk ontwikkelingsplan opstellen.
Vervolgens dient een student/beginnende leraar te beschikken over een uitgebreide set van mogelijke leer-werktaken om aan eigen competenties te kunnen werken. Leer-werktaken die door de student/beginnende leraar en de mentor/coach ook als relevant ervaren worden en (gemakkelijk) inpasbaar zijn in de dagelijkse praktijk van de groep.
De opleidingscoŲrdinator binnen de Nicolaasschool helpt studenten bij het selecteren van geschikte leer-werktaken.
In een portfolio houdt een student/ beginnende leraar bij welke leerervaringen en resultaten de leer-werktaken opleveren en hoe de eigen competenties zich hierdoor ontwikkelen.
 


Periodiek vindt vervolgens toetsing en beoordeling plaats van de gerealiseerde competentieontwikkeling bij de student/beginnende leraar.
Zoín systematiek van competentieprofielen, POP, leerwerktaken, portfolio en beoordeling botst met de huidige pabo-praktijk.

Pabo-programma en werkplekleren: integreren van twee systemen
Tot nu toe ervaren studenten een scheiding tussen het pabo programma over de binnenstad en de praktijk in de Nicolaasschool. Wanneer het pabo-programma is afgerond kunnen zij voor hun gevoel pas beginnen met de stage. Het programma heeft inhoudelijk een aanbodgericht karakter en sluit niet naadloos aan op de actuele competentieontwikkeling van studenten in de praktijk. Het leren op de werkplek zou eigenlijk moeten resulteren in een andere taakopvatting en taakinvulling vanuit de pabo, waarbij de theorie een verdieping geeft aan leer-werktaken in de praktijk. Nu is er nog teveel sprake van dat de praktijk een oefensituatie biedt voor behandelde theorieŽn.
De Nicolaasschool zou graag meer invloed uitoefenen op de curriculumontwikkeling, maar krijgt er nog niet echt een vinger achter.
Een optie zou zijn dat bijvoorbeeld de kenniskring en het lectoraat van de Hogeschool Leiden een uitgebreide set relevante en praktisch inpasbare leer-werktaken zou ontwikkelen. Voorwaarde is dan wel dat mentoren/coaches aan dit ontwerpproces bijdragen en daartoe door de Hogeschool gefaciliteerd worden.
  
  schoolkinderen.jpg (8438 bytes)