Home    

Nieuwsberichten De praktijk Inhoudelijke informatie over Opleiden in school Regionale netwerken deelnemende besturen en scholen Meest gestelde vragen over Opleiden in school Informatie over de projectgroep en regio-ondersteuners

Praktijk







Maatwerk voor school en student

Ervaringen van het Kompas in Hengelo (Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs Centraal Twente). Gesprek met Maarten Haalboom (coördinator opleiden in school), Jet Kortman (leerkracht groep 3 en intern begeleider), Arjan Kooreman (leerkracht groep 7)

Het team van het Kompas in Hengelo heeft zoals iedere school ruimte voor stagiaires van de Pabo. Opmerkelijk was de ervaring dat veel studenten voortijdig afhaakten. Het team had de indruk dat het profiel van de school (een ‘zwarte’ school met een duidelijk andere identiteit dan de andere scholen binnen VCPO, veel kinderen met een oorlogsverleden en/of AZC-achtergrond) duidelijk verschilde met de verwachtingen van de studenten. Dit alles ondanks de bevlogenheid en bereidwillendheid van het team om hen daarbij te begeleiden.
Het project Opleiden in school leek nieuwe kansen te bieden. Binnen het project is het mogelijk om studenten nog beter voor te bereiden en goede begeleiding te bieden.
Opnieuw waren de ervaringen niet onverdeeld positief. Er zijn studenten die hun draai snel hebben gevonden op het Kompas en studenten die opnieuw vastlopen.
Een onbevredende situatie voor alle betrokkenen. Reden voor de coördinator Opleiden in school, Maarten Haalboom, om nader te analyseren wat er speelt. Samen met het team kwam een aantal punten naar voren:
Ondanks de uitgebreide voorlichting hebben studenten geen goed beeld van wat hen te wachten staat op het Kompas;
Het team neemt studenten (te) snel op als teamlid. De impact van wat er op school gebeurt kan groot zijn, het team is gewend elkaar te ondersteunen. Voor studenten die nog volop op hun eigen ontwikkeling gericht zijn, is dit minder geschikt (zij kunnen dan geen student meer zijn);
Binnen de opleiding is weinig aandacht voor NT2-onderwijs. Studenten moeten zelf de vertaalslag maken, wat een extra groot beroep op de begeleiding vanuit de school betekent. Er was geen goede balans tussen de opleiding en het werkplekleren.
De analyse maakte duidelijk dat Opleiden in School, waarbij ook eerstejaars al een plek op scholen krijgen, in deze vorm niet geschikt was voor het Kompas. Arjan Kooreman, die als derdejaars bij het Kompas terecht kwam en uiteindelijk als leerkracht op de school is gaan werken, geeft aan waarom hij wél een succesvol traject heeft kunnen lopen:
Ik had meteen ‘iets’ met de school en met de kinderen. Het werken met dit type kinderen, hen nieuwe kansen bieden spreekt me enorm aan;
Een dosis flexibiliteit is noodzakelijk. Je loopt frustraties op, maar je moet in staat zijn de draad daarna weer op te pakken;
De cultuurverschillende tussen de kinderen zijn groot, ook de wijze waarop je het onderwijs moet inrichten vraagt veel van je expertise als leerkracht, maar dat vormt voor mij ook de uitdaging;
Ik ben als derdejaars ingestapt, was iets ouder, dat speelde zeker mee;
Begeleiding op de school is noodzakelijk. De aansluiting met de opleiding ontbrak. "Jij werkt op een ‘andere’ school" is geen goed antwoord op de vragen die ik had.
Jet Kortman, indertijd mentor van Arjan vult aan:
Opleiden in school is een leuk project omdat het verschillende mensen in de school brengt met frisse ideeën en andere denkbeelden. Maar als mensen de aansluiting met onze school missen dan werkt het niet;
De mismatch met de opleiding is heel herkenbaar; docenten konden zich weinig bij onze school voorstellen, waardoor opdrachten niet uitvoerbaar bleken.

Zoeken naar nieuwe mogelijkheden
De situatie leidde tot een pas op de plaats. Uitgangspunt is dat de school studenten een waardevolle leer- en werkplek kan bieden (dit wordt ook door de inspectie onderschreven). 
      
 


In overleg met de Pabo is er nu een nieuw traject opgezet waarbij lering wordt getrokken uit de voorgaande jaren. 
Jet Kortman schetst de nieuwe procedure:
1   Op de eerste plaats een voorlichtingsbijeenkomst op de Pabo
2   Een informatief gesprek met geďnteresseerde studenten: wat zijn hun verwachtingen, hun beelden, hun leerwensen, gevolgd door een rondleiding door de school
3   Twee weken snuffelstage waarbij kennismaking met de school vanuit verschillende invalshoeken centraal staat (met alle groepen, Nt2-onderwijs, individuele leerlingen, ouders). Deze kennismaking wordt voltooid met een verslag aan de hand van een format dat de opmaat volgt voor het vervolg.
4   Een vervolggesprek gericht op het verduidelijken van wederzijdse verwachtingen. In het gesprek moet in ieder geval duidelijk zijn dat studenten de zogenaamde ‘ik-fase’ hebben gehad, open staan voor kinderen met hun levensverhalen en dat de gewenste competenties ten minste in aanleg aanwezig zijn. Een flinke portie doorzettingsvermogen is ook gewenst.
5  De start van de LIO-stage (er is dus gekozen voor vierdejaarsstudenten).
Tijdens de stage (2 dagen per week) vindt begeleiding plaats die vooral geënt is op het werken in dit type onderwijs. De verbeterde afstemming met de opleiding moet hier zijn beslag vinden.

Eerste ervaringen zijn positief
De eerste ervaringen met snuffelstages zijn positief. Studenten hebben een veel duidelijker beeld waar ze instappen. Deze oriëntatie is ook prettig voor het team; zij weten ook welke studenten ze kunnen verwachten.
Het werkplekleren zal gecontinueerd worden. Het hand in hand gaan van werken en leren (direct toepassen van theorie) wordt positief ervaren. Studenten zijn langer op school aanwezig waardoor de betrokkenheid bij het werk en het team vergroot wordt. Studenten krijgen ook een duidelijk inzicht in de hoeveelheid werk. Ze draaien volledig mee, ook in de contacten met ouders (bijvoorbeeld huisbezoeken) zijn zij een volwaardige leerkracht.

Coördinator OIS sturende rol
De rol van de coördinator Opleiden in school is wezenlijk. Juist door het project Opleiden in school wordt steeds duidelijker hoe de lijnen lopen en waar mogelijke knelpunten zitten.
Door in gesprek te gaan met de jaargroepcoördinator van de Pabo en de directeur van de school is het mogelijk om het gebrek aan aansluiting tussen het curriculum en de deskundigheid die de school nodig heeft boven tafel te krijgen.
Dat ook de beoordeling dan spaak loopt hoeft geen toelichting. Samen wordt gezocht naar oplossingen. Want uit dit traject is heel duidelijk geworden dat ook scholen als het Kompas realiteit zijn in onderwijsland en dat ook de opleiding van nieuwe leerkrachten van groot belang is.
Tot slot maakt dit voorbeeld ook duidelijk dat binnen een vereniging als VCPO Centraal Twente er een verscheidenheid aan scholen is die verschillende type leerkrachten nodig hebben. Door zijn functie heeft Maarten een goed overzicht van de studenten binnen de Vereniging, van hun ontwikkeling en positie binnen de school. Ook kent hij de scholen van zeer nabij, een link naar IPB is dan snel gelegd.
Maarten geeft aan dat een coördinator OIS de goede mix kan maken tussen betrokkenheid bij de scholen (‘voelen’ hoe de school is) en de rol van onafhankelijke buitenstaander die de juiste vragen kan blijven stellen en zich niet in te grote betrokkenheid verliest.
Bij het Kompas heeft deze mix gewerkt. Er is een nieuwe vorm gezocht waar alle partijen zich in kunnen vinden. 

  
  schoolkinderen.jpg (8438 bytes)